• Paul Dijkman & Mieke Bosse

Dijkman en Bosse gaan op stap: Leidsche Rijn Centrum

Bijgewerkt op: nov 23

Paul Dijkman en Mieke Bosse onderzoeken de stand van zaken rondom de nieuwbouw in Nederland. Deze keer gaan ze naar Utrecht, Leidsche Rijn, waar het stedenbouwkundig ontwerp van Jo Coenen Architects & Urbanist al voor een groot deel is opgeleverd en in bedrijf is genomen. Meer dan 130 winkels floreren en bijna 800 appartementen zijn bewoond.


Kijk nou naar alles!


We spreken af bij eetcafé De Baron, gelegen aan het centrale Brusselplein, een uitspanning met hoge plafonds, klassieke grand-café inrichting en vriendelijke bediening. Vroeger zat er een hamburgerzaak op deze locatie. Die ging failliet en de buurtbewoners wilden een buurtcafé. Via crowd funding is De Baron begin 2021 gestart. Een prima plek.



Mieke Bosse: Hoe vond je de parkeergarage?

Paul Dijkman: Groot.


Onder het winkelgebied ligt een gigantische garage. We zijn ouderwets met de auto gekomen. De garage wijst ons op duurzamer mogelijkheden door ons geen papieren ticket te verschaffen en alles scannend af te handelen bij de uitgang. De eerste twee uur zijn gratis. Bovengronds blijkt op hinkelafstand een treinstation te liggen, vlak achter het centrale plein. Ja, openbaar vervoer had gemakkelijk gekund.


Bosse ging met lood in de schoenen naar de Leidsche Rijn vanwege haar allergie voor winkelcentra.


Bosse: Een winkelcentrum is een naoorlogse uitvinding, onderdeel van het tijdperk van misvattingen.

Maar wat een verademing om hier rond te lopen. Het is hier helemaal geen winkelcentrum, hier wonen ook mensen. Ik ben blij. Uit de parkeergarage geklommen is alles bovengronds een weldadige verrassing. Er staan bomen op het plein, er zijn fonteintjes en er is een oliebollenkraam.


We bestellen een cappuccino.



Bosse: Wat is je eerste indruk? Zou je hier willen wonen?

Dijkman, lichtelijk verbaasd: Ja, hier zou ik best kunnen wonen. We zitten in het centrum van een middelgrote stad, helemaal nieuw, en toch vertrouwd en aangenaam.

Bosse: Het is een gewoon plein. Niks semi-openbaar-overgangsgedoe, niks shared space. Auto’s op straat en voetgangers op de stoep.


We bevinden ons in toegepaste traditionele stedenbouw. Leidsche Rijn Centrum is een compositie van straten en boulevards die verschillende pleinen vormen. Boven de levendige plint van winkels en horeca zien we drie, vier, vijf bouwlagen woningen. De gebouwen staan schouder aan schouder en vormen zo de stedelijke ruimten. Alles is verzorgd, met aandacht ontworpen, en het mocht blijkbaar wat kosten. Lopend door de buurt schouwen we de gevels.


Dijkman: Bij ons thuis typeren we veel architectuur als ‘Even goedkoop en lang lelijk’, maar dit is ‘Even duur en lang mooi’.


Zelfs de straatlantaarns zijn fraai, met ronde houten palen. We bewonderen de Parijsboulevard, een indrukwekkende allee met in het midden een dubbele bomenrij in een grasbaan, en aan weerszijden fraaie arcades.



Bosse: Wat vind je van die bouwhoogte hier?

Dijkman: Uitstekend, zes lagen. Gepast stedelijk, met een mooi straatprofiel, prachtig vormgegeven.


Bosse keurt de zuilen die de bovengelegen appartementen dragen. Er is flink uitgepakt. Ze is vooral in de ban van een aantal ronde kolommen, lekker stevig gemaatvoerd. Dijkman vindt de reeksen hangende bollampen goed gekozen. En het plafond heeft een cassette-achtige aftimmering, prima, bij de meeste onderdoorgangen kun je beter niet omhoog kijken. Bosse vindt de hele buurt het bewijs dat met deze gewone, traditionele ruimtes een wereld aan vormgeving mogelijk wordt.


Bosse: Carel Weeber doceerde een stelling over constructie: het is niet dat de kolommen in de weg kunnen staan, zonder kolommen was er namelijk helemaal geen gebouw. In een verkeerd ontwerp staan ze misschien op een verkeerde plaats, in een goed ontwerp definiëren kolommen de ruimte. Ik vind een parallel met traditionele begrippen. Het is geen beperking om je op een traditioneel type te baseren, het opent juist mogelijkheden. In ons collectieve geheugen zit van alles: een arcade, een boulevard, een passage of een plein. Daar kun je wat mee als je gaat ontwerpen, dat opent een wereld aan mogelijkheden.



Op sommige plekken wijken de bouwmassa’s om een klein plein te vormen, zoals Hof van Bern, en in de straten staan boompjes. De gevels hebben veel variatie zonder de eenheid te schofferen en zijn fraai en divers ontworpen, met oog voor detail. Er staan geen winkels leeg, er is kinderopvang en er zijn zelfs openbare toiletten! Is er dan niets om op te mopperen?


Bosse: Jij wilde nog iets kwijt.

Dijkman: Dat Brusselplein doet toch een beetje pijn.

Bosse: Laat me raden, de bouwhoogte?

Dijkman: Er had als centraal plein inderdaad een bouwlaag bij gemogen, als uitdrukking van krapte en populariteit, en de bouwhoogte had best meer constant mogen zijn, dat semi-nonchalante stijgen en dalen van die ongelijke gebouwen hoort eigenlijk meer thuis in een improviserende buitenwijk. Maar de echte pijn zit in de koppen van het plein. De ruimte loopt er weg. Waarom luisteren ontwerpers niet beter naar Sitte? (https://nl.wikipedia.org/wiki/Camillo_Sitte)

Bosse: Je bedoelt de bibliotheek?

Dijkman: Je kijkt zo via dat brede tochtgang naar het station.

Bosse: Ja, de hoeken staan open, dat is een minnetje. Het plein waait er weg.

Dijkman: Misschien wordt dat later nog dichtgezet met nieuwbouw erachter? Is daar ruimte voor?



Bosse: Ik geneer me een beetje voor het gebouw. De bibliotheek van Asplund, 1926, is een gebouw wat me heel veel doet. Dat gebouw werkt op veel schaal niveaus, en als je het 1:1000 tekent is het een cirkel op een vierkant. Dat zien we hier als echo, maar het is echo uit Stockholm en dat blijkt erg ver weg.

Dijkman: Het gebouw is te klein en vooral te laag en de ronding helpt ook niet mee.

Bosse denkt dat deze bieb bedoeld was als paviljoen op het plein. De openbare ruimte achter de bieb heet eveneens Brusselsplein, maar er is geen ruimtelijke verbinding.

Dijkman: Voor een paviljoen is het te groot, voor een pleinwand te klein. En als we ons omdraaien naar de andere kopse kant zien we een blunder. Kreun.

Bosse: Daar begon je in het café al over.



Dijkman: De kop van het plein wordt links en rechts ontsloten met een straat. En of dat nog niet genoeg is vormen twee symmetrische gebouwen, op zich fraaie gebouwen maar daar gaat het nu niet om, die gebouwen vormen een grote centrale doorgang, een gat, heel manifest op de as van het plein. Zo’n doorgang op de as is een belangrijk gebaar dat een reden moet hebben, dat ergens heen moet leiden, dat ergens zicht op moet bieden, op iets belangrijks, een fraai gebouw of een lange laan, een fontein of beeld desnoods, maar nee, hier valt ons blik dood op een blinde gevel en de doorgang maakt een S-bocht.

Bosse: Dat ben ik met je eens, al begrijp ik de langzame verkeersroute wel. Die S-bocht ontstaat vanuit het achtergelegen gebied, daar bij het water. Twee gelijke bouwmassa’s vormen de opening. Het achterliggende gebouw heeft de fout versterkt met de blinde gevel die het hele plein overziet, of juist niet kan overzien, want blind.

Dijkman: Als de gebieden niet op elkaar aansluiten zet je een poort neer op de plein-as, als overgang. Voorbij de poort begint het leven opnieuw en kun je doen wat je wilt, met S-bocht en al. De poort leidt een verrassing in. Maar dit, een blinde gevel als einde van een as, dit vloekt.

Bosse: Een poort had een mooie oplossing kunnen zijn. Laten we verder wandelen.



Al kuierend door de straten en pleinen stellen Dijkman en Bosse vast dat er genoeg koffietentjes zijn, een overdaad zelfs in vergelijking met andere nieuwbouwbuurten. Er is van alles te zien, en het gebied heeft verrassingen. Vlak achter de Centrumboulevard ligt een skatebaan tussen wild groen, een paar stappen verder begint de stadstuin.


Dijkman: De samenstelling van het geheel, de combinatie van sferen, zo dicht opeen, is echt prima. Het geeft het gebied emotioneel reliëf. Neem dat park.

Bosse: Wat een mooi opgetild park! Die prachtige bogen. Wat een deftige detaillering in het prefab beton! Als de klassieke architectuur een beetje steviger in het vocabulaire had gezeten, was de aansluiting op de grond wat fijner geweest. Dan zou het ook schoon blijven, nu zakken de ribbels de grond in. Een plint is meer dan een meranti-latje langs je laminaat.

Dijkman: Die fraaie trappen, ongelooflijk.

Bosse: Met on-Nederlandse budgetten en beelden vormgegeven.

Dijkman: En dan een ingepaste monumentale boerderij, gebruikt voor kunstprojecten en meer. Mooie Vrijstaat.

Bosse: Omringd door bomen die een behoorlijke leeftijd hebben. Dat is een prestatie voor een boom in een stad. Hoe ouder de boom hoe groter het risico dat een kortlevende wethouder een reden vindt om hem om te hakken.


Bosse huilt nog steeds om de gekapte bomen aan de Haagse Koekamp, de bijbehorende wethouder Revis heeft inmiddels de kuierlatten genomen.



Dijkman: Fijne contrasten, dat ruige wilde groen, het opgetilde formele groen en dat oude groen, allemaal pal naast het bebouwde centrum.


We wandelen terug de stad in. Grandeur is volop te vinden, overal. Zelfs de JUMBO aan het Brusselplein (tevens voetgangersingang van de parkeergarage) heeft z’n beste pak aangetrokken. De gevel heeft iets weg van een Art-Deco bioscoop, een supermarkt zou je er niet achter verwachten.


Dijkman: Welk onderdeel vind jij het meest geslaagd?

Bosse: De arcades winnen in grandeur de competitie van de gebouwen. De bogen van het opgetilde park eindigen op de tweede plaats. Het is trouwens de tweede Asplund referentie naar park in Stockholm, zeker met die bomen-pergola.

Dijkman: Almere zou een traditioneel vormgegeven, compact stadsdeel als dit kunnen gebruiken, als contrapunt in het geheel. Utrecht geeft het voorbeeld. Dit is een geslaagd ontwerp.


Leidsche Rijn Centrum steekt met kop en schouders boven andere woon-winkelgebieden uit. Dus ja, Dijkman zou er best kunnen wonen.



Ontwerp Masterplan:

Ontwerp Masterplan: Jo Coenen Architects & Urbanist. Website: https://jcau.nl/


Supervisie:

Jo Coenen


Architecten:

AWG Architecten, Geurts en Schulze, DOK Architecten, Prof Hans Kollhoff Architekten,

Cruz y Ortiz arquitectos, De Zwarte Hond, RPHS+, Kokon Architectuur en Stedenbouw, Lodewijk Baljon landschapsarchitecten.



locatie: Leidsche Rijn Centrum



326 keer bekeken0 reacties