Boekbespreking "De Stad Je Jas": het stedenbouwkundige ontwerpwerk van Peter Verschuren
- Mieke Bosse
- 4 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
door Mieke Bosse
Donderdag 22 januari 2026 werd het langverwachte boek met een selectie van het werk van Peter Verschuren door hem zelf gepresenteerd op een bijeenkomst in Delft.
Het boek werd vormgegeven door Eva van der Schans, die samen met Verschuren de afgelopen 4 jaar werkte aan het boek. Flora Nycolaas werkte mee aan de teksten en schreef het voorwoord.
Het is lovenswaardig om werk van traditionele ontwerpers een podium te geven, want op de reguliere platforms en media is nog steeds weinig belangstelling. Het boek āde Nieuwe Traditieā in 2009 gaf tot dusver als enige een completer overzicht, maar is vrijwel direct na het verschijnen uitverkocht en nog niet herdrukt. Ook Friso Woudstra publiceerde zelf zijn werk met meerdere boeken, gericht op architectuur en bouwkundig detail.
Met het boek van Verschuren is er nu een stevig stedenbouwkundig boek, getiteld āDe Stad Je Jasā met als ondertitel āmijn stedenbouwkundige ontwerpwerkā. Het boek is in eigen beheer gepubliceerd.

Verschuren had 2 sprekers uitgenodigd om een inleiding op het boek uit te spreken, Flora Nycolaas en Niko Koers.
Niko Koers is collega, uitgever en vriend sinds de jaren 60 in Delft. Hij stond in zijn lezing onder meer stil bij het begrip Traditie, dat Verschuren in zijn tekst ook expliciet noemt. Verschuren geeft in tekeningen en tekst inhoud en diepte aan het ontwerpen op basis van het vocabulaire van de gehele architectuurvoorraad. De contacten in het internationale netwerk van INTBAU -die in de inleiding door hem genoemd worden-, hebben in die zin hun invloed gehad: voor de traditionele ontwerper is de schatkamer van de gebouwde omgeving een onuitputtelijke bron. Iedere stad of buurt toont wat gewaardeerd wordt of wat niet werkt. Voor kennis van architectuur, straatprofiel of stedenbouwkundige ruimte is de gebouwde omgeving een ongeƫvenaard leerboek.
Koers reduceerde het begrip traditie echter tot ābehoud en conservatiefā. Deze in Nederland wijdverspreide beperking heeft tot dusver een goed gesprek gefrustreerd. De ontwerpen van Verschuren tonen hoe rijk het ontwerp kan worden als het zich bedient van alle relevante architectuur stijlen. Traditie opgevat als resultaat van succesvolle vernieuwingen, de basis waarop nieuwe stappen genomen worden.
Koers had in die zin volkomen gelijk met zijn bezwaren tegen het begrip, op grond van de vele betekenissen die er aangegeven worden, maar met dit boek vol traditioneel ontwerp is het een gemiste kans om het gesprek te verdiepen.
Het boek is chronologisch opgebouwd, vanaf de studietijd 1968-1981, via de Gemeentes Rotterdam en Den Haag, naar bureau Wissing en uiteindelijk zijn eenmansbureau āFijne Stadā. De reis van opgedane kennis en kunde is daardoor duidelijk te volgen.

De tekeningen bewegen zich van de schalen 1:5000 tot 1:200, van de hoofdopzet van een wijk tot de plaats van een hoektorentje. Er zijn grote wijken als het Haagse Wateringse Veld met ca 8000 woningen in verschillende buurten. Schilderachtige woonwijken zijn onder meer te vinden bij Veldhoven waar aantrekkelijke perspectieven een blik gunnen op het te bouwen Oerle Zuid en Zilverackers.
Het feit dat de stedenbouwkundige verkavelingen economisch realistisch zijn, de kavelmaten aansluiten op de woningdifferentiatie en de parkeernormen volledig in het ontwerp zijn opgenomen, illustreert het vakmanschap van de ontwerper.
Begrijpelijk, maar jammer genoeg bevat het boek alleen de schetsen en tekeningen van het stedenbouwkundig ontwerp van Verschuren. Jammer omdat er geen enkele foto is toegevoegd van het uiteindelijke resultaat en begrijpelijk omdat er dan veel informatie zou moeten worden toegevoegd over het wel en wee van de projecten. De sisyphus-arbeid die architecten vervolgens moeten volhouden bij gemeentes, opdrachtgevers en bouwers om iets van de oorspronkelijke stedenbouwkundige gedachte overeind te houden is Verschuren bekend. Zeker in de projecten waar hij als supervisor verder kon werken tot de oplevering is de kwaliteit buiten te vinden, - maar niet in het boek. Hij heeft wijselijk gekozen voor deze beperking.

Het boek vormt een eenzame uitzondering, want stedenbouwkundige studieboeken hebben in het algemeen een overdaad aan woorden en een ondermaatse hoeveelheid tekeningen. Hier nu ligt een boek vol stedenbouwkundige tekeningen, verkavelingen, perspectieven en berekeningen. Terecht stelt Verschuren: wie kan tekenen, is een tovenaar. Niettemin kunnen er grote verschillen optreden in de kwaliteit van de toverkunsten. Maar voor wie vakkundige, relevante en aantrekkelijke tekeningen kan maken geldt de uitspraak waarmee Verschuren zijn inleiding opent: wie tekent heeft de macht.
Het boek is in te zien in de Koninklijke Bibliotheek en in de bibliotheken van de bouwkunde opleidingen die bereid zijn het boek in ontvangst te nemen. Ook het Nieuwe Instituut heeft een exemplaar. Dit Instituut zou het initiatief kunnen nemen het boek te publiceren en verkrijgbaar te maken.
Tot dusver heeft Peter Verschuren zelf de eenmalige oplage van 165 boeken voor zijn rekening genomen en daarmee via een aantal uitverkorenen en bibliotheken zijn vakmanschap bewaard en toegankelijk gemaakt.
Inmiddels worden er stappen ondernomen om tenminste een digitale versie toegankelijk te maken. Dat zou mooi zijn, maar deze tekeningen verdienen het om gewoon als boek in handen van toekomstige ontwerpers te liggen.
Het boek zal via de gangbare e-book platforms per 1 maart 2026 digitaal beschikbaar komen.
ISBN nummer is 978-90-836656-0-3
Illustraties: het boek, Peter Verschuren tijdens de presentatie, een foto van een poortje in Oerle Zuid, gematerialiseerde schets van Peter Verschuren.





Opmerkingen